Zeesluizen

Sluizen IJmuiden

De aanleg van de sluizen

Al bij het maken van de plannen voor het kanaal werd een uitgebreide discussie gevoerd over de soort en de afmetingen van de sluizen bij IJmuiden. De haven van Amsterdam wilde een zo groot mogelijke sluis terwijl de overheid, die veelal de rekening betaalde, er voorzichtiger mee was. De schepen werden groter en groter en zodra de sluizen gereed waren startte al snel een discussie voor nieuwe en nog grotere sluizen.

Kleine sluis en Zuidersluis

In 1852 had het gemeentebestuur van Amsterdam een commissie benoemd om een kanaal tussen de stad en de Noordzee te onderzoeken. Deze commissie adviseerde de aanleg van twee schutsluizen en een uitwateringsluis. In dit plan kreeg de kleine sluis een afmeting van 10 meter breed en een drempeldiepte van 5 meter beneden Normaal Amsterdams Peil (NAP). Voor de grote schutsluis waren de afmetingen 17 meter en 6,75 meter beneden NAP. Beiden waren ontworpen als dubbelkerende zeesluis voorzien van puntdeuren. Deze constructie maakte het mogelijk de sluizen bij vloed en eb te gebruiken.

Het uiteindelijke resultaat leek veel op dit plan met uitzondering van de afmetingen van de sluizen. In 1859 kwam de Raad voor de Waterstaat met een plan om de grote sluis 140 meter lang, 18 meter breed en 7,75 meter diep te maken. Voor de kleine sluis waren de corresponderende afmetingen 70 meter, 12 meter en 5 meter. De meeste schepen van die tijd konden de grote sluis zonder veel problemen passeren. In 1868 werd uiteindelijk de lengte van de grote sluis teruggebracht tot 120 meter. In het bestek stond ook vermeld dat het sluiscomplex op 1 augustus 1876 gereed moest zijn.

De graafwerkzaamheden werden in het voorjaar van 1871 voltooid en de sluizen in het najaar van 1872. De muren van de sluis waren gemetseld, de vloeddeuren van smeedijzer en de ebdeuren van grenenhout. De aannemer kreeg een premie van 100.000 gulden als het werk aan de sluizen in 1872 afgerond zou zijn. Dit was dus geslaagd. De sluizen werden in eerste instantie vooral gebruikt voor de uitwatering van IJ-water en het schutten van baggermaterieel. Pas op 1 november 1876 werd het complex door Koning Willem III der Nederlanden officieel geopend. De totale bouwkosten, inclusief de premie, bedroegen 1.530.000 gulden. Fort bij IJmuiden

De aanleg van deze sluizen had ook militaire gevolgen. In 1874 was de

Vestingwet aangenomen en de aanleg van een kringstelling om Amsterdam was hiervan een onderdeel. Een kustfort bij IJmuiden was noodzakelijk om te sluizen te beschermen die:

een belangrijke rol speelden voor de inlaat van water voor de inundatie;

de mogelijkheid bood contact te houden met overzeese bondgenoten. De stelling was een laatste toevluchtsoord voor het Nederlandse leger en met buitenlandse hulp, aangevoerd via het Noordzeekanaal, kon men later de vijand uit het land verdrijven.

De bouw van het fort duurde van 1880 tot 1887 en werd gelegen aan de noordkant van het Noordzeekanaal, tussen de sluizen en de Noordzeekust. Aan de zeezijde was het fort uitgerust met een zware pantserbatterij, waarachter vijf kanonnen met een kaliber van 24 centimeter stonden opgesteld. Bij de aanleg van de Noordersluis in 1929 was een nieuw toeleidingskanaal noodzakelijk. Deze werd ten noorden van het fort gegraven en toen pas kwam het fort op een eiland te liggen.

[

Middensluis

Na de officiële opening werd al snel duidelijk dat de Zuidersluis te krap bemeten was. Schepen met een lengte van 150 meter en meer kwamen in de vaart en deze pasten niet in de Zuidersluis. Verder voldeed het gemaal aan de andere kant van het kanaal, bij Schellingwoude, niet. Tijdens het spuien konden de twee sluizen niet gebruikt worden voor de scheepvaart en dit reduceerde de capaciteit nog meer. In 1885, nog geen 10 jaar na de opening, werd een eerste ontwerp voor een derde en grotere sluis ingediend. Dit plan voorzag in een schutsluis van 205 meter lang, 25 meter breed en 8,50 meter beneden NAP diep. Op 31 mei 1887 keurde de regering de bouw goed. Wijzer geworden van de eerste ervaring, besloot men de lengte op te rekken tot 225 meter en de diepte, na felle discussies, op 10,0 meter te brengen.

In 1887 had men al aan particulieren de mogelijkheid geopend om kosteloos zand weg te halen op de plaats van de toekomstige sluis. Om de schepen niet teveel bloot te stellen aan een zware zeedeining werd de sluis 470 meter meer landinwaarts aangelegd, ten noordoosten van de bestaande twee sluizen. Een jaar later namen de aannemers het werk over. Een dikke bodem van 2,5 meter beton werd gestort in het najaar van 1891. Na het uitharden, kon in mei 1892 het metselen van de sluismuren starten. Tegenslag tijdens de bouw vertraagde de werkzaamheden en pas in 1895 was het metselwerk klaar. De sluisdeuren werden in 1893 al geplaatst; men overwoog roldeuren maar uiteindelijk viel de keuze op puntdeuren. Elk sluishoofd kreeg een stel vloed- en ebdeuren. De deuren werden handmatig geopend en gesloten. In mei 1895 was de sluis klaar, maar er was vertraging opgetreden bij het baggeren van het toeleidingskanaal. Op 12 december 1896 werd de sluis officieel in dienst gesteld door het schutten van het stoomschip Koningin Wilhelmina van de Stoomvaart Maatschappij Nederland. In 1899 waren alle werkzaamheden voltooid. De sluis heeft 5,8 miljoen gulden gekost en was tot de opening van de sluizen van het Panamakanaal in 1913 de grootste ter wereld. De naam Middensluis kwam pas in gebruik na de opening van de Noordersluis in 1930, voor die tijd was het de Groote Sluis.

Hoogovens en Staalfabrieken

Staalfabrieken te IJmuiden en uiterst rechts het begin van het sluizencomplex en Noordzeekanaal

Op 20 september 1918 werd de

Koninklijke Nederlandsche Hoogovens en Staalfabrieken NV opgericht met het doel ijzer en staal in Nederland te produceren. Na veel discussie over de juiste locatie werd uiteindelijk de voorkeur gegeven aan IJmuiden boven Rotterdam. De ligging aan het kanaal maakt immers de aanvoer van grondstoffen en de afvoer van eindproducten zeer goed mogelijk. In november 1918 werden enkele honderden hectaren duin- en bosgrond aangekocht direct ten noorden van de sluizen, maar aan het Noordzeekanaal. In september 1919 begon men met de aanleg van een haven voor de aanvoer van steenkool en ijzererts. Om deze haven te bereiken was het niet nodig de sluizen te passeren. Weer een jaar later startte de bouw van een cokesfabriek en twee hoogovens, voldoende voor een productie van 200.000 ruwijzer per jaar. Medio 1923 was de bouw afgerond. De eerste 4.000 ton Zweeds ijzererts werd gelost op 6 september 1923 en op 22 januari 1924 werd Hoogoven nummer 1 aangestoken en het eerste ijzer geproduceerd. De staalfabrieken aan het Noordzeekanaal, in de loop der jaren sterk uitgebreid, zijn nog steeds in volle productie en jaarlijks wordt circa 15 miljoen ton ijzererts en steenkool verwerkt tot staalproducten. De haven maakt deel uit van de regio Zeehavens Amsterdam, een verzameling van vier havens allen gelegen aan het Noordzeekanaal.

[

Noordersluis

De Middensluis voldeed al spoedig niet meer aan de eisen van de moderne scheepvaart, met zijn steeds groter wordende schepen. Vanaf 1909 werd al gezocht naar oplossingen om voor grotere schepen de vaart naar Amsterdam mogelijk te maken. In 1921 werd besloten tot de bouw van de Noordersluis, welke in 1928 gereed kwam. Dit was toen – wederom – de grootste schutsluis ter wereld met een afmeting van 400 meter lang, 50 meter breed en 15 meter diep. Het buitenfront van deze sluis kwam weer 580 meter verder landinwaarts te liggen, mede om de toegang tot de haven van de Hoogovens niet te hinderen. Om grote schepen komend vanuit zee zonder veel hinder voor de sluis te krijgen werd besloten een nieuw toeleidingskanaal te graven; het fort kwam daarmee op een eiland te liggen. Voor het afsluiten van de sluis werd voor roldeuren gekozen. De drie deuren kregen elk een lengte van 53,5 meter, waren 7,3 meter breed en 20 meter hoog. Vanwege het hoge totale gewicht van circa 1.175 ton werden de deuren vanuit Rotterdam over zee naar IJmuiden versleept. De eerste deur kwam daar in 1927 aan.[8] Op 29 april 1930 was de officiële opening van de sluis door Koningin Wilhelmina. De kosten bedroegen 20 miljoen gulden en de Noordersluis was daarmee 50% duurder dan begroot. Pas vanaf 1960 kon de sluis optimaal worden gebruikt nadat het Noordzeekanaal was verdiept en verbreed.

Afmetingen van de sluizen

Hieronder een overzicht van de sluizen van het Noordzeekanaal met de afmetingen. Ter vergelijking zijn ook de Willem I sluis (van het Noordhollandsch Kanaal) en de sluizen van het Panamakanaal opgenomen.

Naam sluis Jaar ingebruikname Lengte (in m) Breedte (in m) Diepte (in m)
Kleine sluis 1876 69 12 5
Zuidersluis 1876 120 18 8
Middensluis 1896 225 25 10
Noordersluis 1929 400 50 15
Nieuwe sluis (indicatief) 2016 500 65 18
Willem I sluis 1826 65 15 5
Panamakanaal 1914 304 33.5 12

Plannen voor nieuwe sluis

Jarenlang was de Noordersluis de grootste schutsluis van Nederland en Europa. Door de toename van de afmetingen van de schepen is deze sluis inmiddels een bottleneck geworden voor de scheepvaart naar de Haven van Amsterdam. De gemeente Amsterdam wil graag een nieuwe, nog grotere, vierde zeesluis om ruimte te bieden voor het groeiende scheepvaartverkeer. Het gewenste jaar van de opening van deze sluis is in 2016; de afmetingen van de sluis wordt 500 meter lang, 65 meter breed en 18 meter diep. Over de exacte afmetingen wordt nog gestudeerd. Voor de ligging van de nieuwe sluis zijn twee opties, namelijk: (1) tussen de Noorder- en Middensluis of (2) tussen de Noordersluis en het gemaal.

Op 22 juni 2012 maakte Minister Melanie Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu bekend dat het onderzoek naar de nieuwe sluis afgerond is en dat een zeesluis met eerder genoemde afmetingen haalbaar, betaalbaar en inpasbaar is. De nieuwe zeesluis komt tussen de bestaande Noorder- en de Middensluis te liggen en zal met traditionele rechte roldeuren worden uitgevoerd. De oplevering is wel verschoven van 2016 naar 2019 al zijn waarschijnlijk proefvaarten mogelijk in 2018. Met de aanleg wordt in 2015 een start gemaakt. Na de ingebruikneming van deze nieuwe sluis wordt de Noordersluis buiten bedrijf gesteld en eventueel ingezet bij onderhoud en calamiteiten. De totale kosten worden begroot op € 848 miljoen. Het Rijk, de provincie Noord-Holland en de Gemeente Amsterdam zullen allen financieel bijdragen aan het project, maar ongeveer 65% zal door het Rijk worden betaald.

Spuicomplex

In 1945 werd het huidige spuicomplex in gebruik genomen met een capaciteit van 700 kubieke meter per seconde. In 1975 werd naast het spuicomplex ook een gemaal in gebruik genomen. De belangstelling voor natuur en milieu nam toe en men wilde niet langer het brakke water van het Noordzeekanaal lozen op het Markermeer. Het gemaal telde vier pompen met een capaciteit van 160 kubieke meter per seconde; in 2004 zijn er nogmaals twee pompen bijgeplaatst. Het gemaal is het grootste van Europa en vervult een belangrijke rol in de afwatering van een groot deel van Noord– en Zuid-Holland. Per jaar wordt er ongeveer drie miljard kubieke meter water afgevoerd.